
De bouwsector staat onder meer druk dan ooit. Toezichthouders scherpen emissienormen aan, investeerders kijken kritischer naar koolstofrisico’s en klanten moeten infrastructuur realiseren die niet alleen functioneel en kostenefficiënt is, maar ook aantoonbaar koolstofarm.
Toch richten veel decarbonisatie-inspanningen zich nog steeds vooral op het zichtbare deel van het proces: groenere machines, alternatieve brandstoffen en schonere bouwplaatsen. Belangrijke stappen, maar vaak te laat in het traject.
De realiteit is dat het grootste deel van de CO₂‑voetafdruk van een project al vastligt tegen de tijd dat de werken starten. Dat komt omdat keuzes rond ontwerp, materialen en inkoop vroeg in het proces worden gemaakt en emissies verankeren lang voordat duurzaamheidsdashboards ze beginnen te meten.
Bij BESIX heeft dit inzicht onze aanpak fundamenteel veranderd. Decarbonisatie is uitgegroeid tot een strategisch, multidisciplinair beslissingsproces dat de volledige levenscyclus van een project omvat.
De vraag is dus: wat wordt mogelijk wanneer decarbonisatie begint nog vóór het ontwerp vastligt? We vroegen vier interne experts – elk actief in een kritieke projectfase – hoe decarbonisatie vanaf het allereerste begin moet worden aangepakt.
Gebouwen en infrastructuur dragen aanzienlijk bij aan de wereldwijde CO₂‑uitstoot. Bij de meeste projecten zit het grootste aandeel in scope 3: materialen, logistiek en toeleveringsketens. De paradox is dat de grootste hefboom juist stroomopwaarts ligt, wanneer projecten nog worden gedefinieerd en opties openstaan. Daarom begint decarbonisatie voor ons al voordat de eerste schop de grond in gaat, vaak zelfs vóór het ontwerp definitief is.
Tijdens tenders is duurzaamheid geen bijkomstige verplichting meer. Instrumenten zoals de CO₂‑Prestatieladder helpen ons en onze klanten om ambities om te zetten in projectspecifieke reductiedoelen en duidelijke afspraken. Bij projecten zoals de A16 De Groene Boog en knooppunt De Nieuwe Meer in Nederland worden duurzaamheidsdoelstellingen vooraf vastgelegd en vormen ze gedeelde uitgangspunten voor opdrachtgever en aannemer.
)
Als de aanbesteding de richting bepaalt, dan bepaalt het ontwerp of de ambitie haalbaar is. Levenscyclusanalyse (LCA) is voor onze ingenieurs een cruciaal beslissingsinstrument geworden. Door vroegtijdig CO₂‑hotspots te identificeren, kunnen we standaardoplossingen in vraag stellen die onbewust tot hogere emissies leiden.
Bij een deelproject van de Oosterweelverbinding bleek een schijnbaar kleine ontwerpkeuze – de manier waarop beton werd gewapend – doorslaggevend. Door traditionele kruisvormige staven te vervangen door T‑vormige staven daalde het staalverbruik met 32%, goed voor een besparing van meer dan 930 ton CO₂eq, zonder in te boeten aan prestaties of veiligheid.
Ook materiaalpaspoorten, circulair ontwerp en value engineering volgen dezelfde logica: hergebruik stimuleren, toekomstige aanpasbaarheid verzekeren en duurzaamheid als een basisparameter behandelen, niet als een bijkomende milieumaatregel.
Toeleveringsketens zijn vaak de grootste en meest complexe bron van emissies. Materialen met een lage CO₂‑voetafdruk bestaan, maar beschikbaarheid, kostprijs en schaalbaarheid variëren sterk. Onze aanpak: samenwerken, testen en verantwoordelijkheid delen in de hele keten.
Partnerschappen met leveranciers zoals Holcim hebben geleid tot pilottests met cement met een lagere CO₂‑voetafdruk. In België werkten we met Aquafin aan proeven met recycleerbare rioolbuizen in zwavelbeton en geopolymeer, waarbij de emissies uit grondstoffen tot 78% werden verminderd.
Bij grote internationale projecten zoals de haven van NEOM in Saudi‑Arabië gaf onze inkoopstrategie voorrang aan staal geproduceerd met hernieuwbare energie, en werden materialen hergebruikt – zoals het opnieuw inzetten van een half miljoen rotsblokken – wat zowel emissies als afval aanzienlijk verminderde.
Koolstofarme bouwmethoden blijven essentieel. Elektrische machines, biobrandstoffen, hernieuwbare energie op de bouwplaats, batterijsystemen en geoptimaliseerd transport leveren tastbare reducties op.
Op het project ‘A16 De Groene Boog’ vermeden elektrisch materieel en HVO‑biodiesel samen meer dan 23.000 ton CO₂eq. Elders zorgen zonne‑energie op de werf en transport over water voor verdere emissiereducties.
De milieu-impact van een project stopt niet bij de oplevering. Operationele emissies bepalen in toenemende mate de langetermijnprestaties en de publieke geloofwaardigheid. Van slimme gebouwoplossingen tot turnkey zonne-energie-installaties door BESIX Power, en ondersteuning bij het behalen van BREEAM- en LEED-certificering: wij helpen assets om decennialang duurzaam te presteren.
Decarbonisatie wordt gestuurd door beslissingen die vroeg in het traject worden genomen: verankerd in aanbestedingen, uitgedaagd in het ontwerp, ondersteund door inkoop en gerealiseerd tijdens de uitvoering. Daar worden de grootste reducties behaald – en daar verdient de sector uiteindelijk haar geloofwaardigheid.
Voor investeerders en projecteigenaars die de CO₂‑uitstoot écht willen aanpakken, gaat BESIX graag het gesprek aan.
)